Terug in Beira

Na lange tijd, bijna vier weken in Nederland te zijn geweest, ga ik nu terug naar Beira.  Ik zit op de airport in Johannesburg en wacht op mijn vlucht.  Er gaat van alles door mijn hoofd heen, en alles door elkaar, desondanks dat ben ik blij om terug te gaan naar Beira.

Dit keer kwam ik in Nederland met regen en ging ik ook met regen weg. Daartussen waren er een paar mooie dagen, met blauwe hemel en prettig temperaturen. Voor het weer hoefde ik er niet heen te gaan en dat was ook niet de reden.
Ik verlang naar de zon en het vrije leven die ik leid in Mozambique. Zolang het duurt ga ik volop ervan genieten.

Er wacht me veel werk nog in Beira, dat is zeker. In het weeshuis zijn er nog werkzamheden die gedaan moeten worden, nog voor de regentijd. Daarnaast moeten we ons huis nog schilderen; we hadden alleen de twee slapkamers laten doen. 

Het annex is klaar voor de verhuur en daar zal ik ook nog werk aan hebben gedurende de periode dat we er nog zitten.

Ik zoek nog na andere mogelijkheden voor vrijwilligerswerk en hobbies, iets wat mijn hart sneller doet kloppen.

Tot slot ga ik weer starten met de yogalessen. Lu jong Tibetan Yoga is een waardevol manier om te bewegen en je geest tot rust te brengen. Ik deel het graag met mensen om me heen. 

De volta à Beira

Depois de quase quatro semanas na Hollanda estou mais que pronta para regressar à Beira. Cheguei na Hollanda com chuva e sai com ela também. Não foi pelo tempo maravilhoso neste período que fui a Hollanda, obviamente.

Neste momento, no aeroporto em Johhannesburg, aguardo o momento de embarque. Muitos pensamentos povoam minha mente, tento deixa-los ir.

É com alegria que regresso ao sol e a minha vida na Beira. Muito trabalho me aguarda. As reformas no orfanatos ainda não foram concluidas e isto deverá ser feito antes que o período de chuva chegue, e já está chegando.

Ainda temos também a dependência que está pronta para ser alugada, onde também terei trabalho. Depois ainda procuro algo interessante para ocupar meu tempo, algo que faça meu coração bater mais rápido.

E por final retomar a dar aulas de yoga. Lu Jong Yoga Tibetana também faz parte de minha rotina ali e me faz bem compartilhar os ensinamentos e seus efeitos com as pessoas a minha volta.

Vamos curtir a vida!

Blijheid

De eerste keer dat ik er in het Weeshuis was, om kennis te maken, waren een aantal kinderen aan het spelen op het plein, het waren kinderen van rond de 5/10 jaar.  Ze waren aan het zingen en gingen ons zingend begroeten. Er zat een jongen bij ( Ik noem hem nu Alex)  met wat fysieke beperkingen, iets aan zijn been en arm, ik geloof dat het gevolg is van poliomyelitis. Hij loopt niet, hij schuift zichzelf zittend met behulp van een van zijn armen. Hij straalt altijd en heeft altijd een glimlach op zijn gezicht. Alex, elke keer als hij me ziet, komt hij me begroeten en geeft me een hand.  Zelfs als ik bij de baby’s ben, lijkt alsof hij me voelt of ruikt.

Laatste keer, toen ik door de poort naar buiten liep, al op straat hoorde ik:  Tia! Tia! Tchau tia! Ik keek om en hij staak zijn hoofd bovenop de muur, hij zat op de glijbaan, en zwaaide.
Een kind die al zoveel moeilijkheden en al veel meegemaakt heeft in zijn jonge leven, en toch met een brede glimlach op zijn gezicht door het leven gaat. Dat zet je aan het denken.

Dat zijn dingen die me raken. Dan den ik dat ik nog een keertje bij die groep zal moeten gaan, samen voetballen of zingen, bijvoorbeeld

Alegria

Na primeira visita que fiz ao “Orfanato Os continuadores” para conhecer o trabalho deles, havia um grupo de crianças entre cinco e dez anos, cantando no patio. Cantando nos cumprimentaram. Entre elas havia um garoto com uma certa desabilidade fisica, acredito que tenha sido em decorrência de polio. O chamarei Alex. Alex não anda ele se arrasta sentado utilizando um dos bracinhos. Alex tem sempre um grande sorriso estampado no rosto, independente do dia e de suas circunstâncias. Ele esta sempre sorrindo. Quando me ve diz: Tia, tia e abre aquele sorriso me estendendo a mãozinha mal formada. Até mesmo quando estou no berçario com os bebezinhos, parece que ele me sente e/ou cheira, ele vai lá me ver.

Em uma das ultimas visitas estava lá ele gritando atravez do portão me dando tchau quando sai do prédio. Penso: uma crinça com estas dificuldades e que ja viveu Deus sabe lá o que, e vive com o sorriso estampado no rosto. Isso faz com que eu reflita.

Este tipo de experiências me tocam profundamente. Neste momento pensei que talvez devo fazer uma atividade com este grupo também. Mas o que mais amo fazer é pegar os bebezinhos no braço, conversar, dar mamadeira e carinho.

Tuc-Tuc

Na lange tijd hier in Beira,  heb ik toch nog iets nieuws ontdekt. Het is iets wat alles ervoor te boven staat, tot nu toe.

Ik maak hier veel gebruik van tuc-tucs, wat we hier Chopela’s noemen. Ik doe alles met Chopela. 
Vandaag ging in het centrum even naar de markt, fruit halen en snel terug. Ik was klaar met inkoop en ik liep naar een Chopela vertrekpunt; normaal doe ik dat niet. Ik neem vaak een bekende driver waarmee ik alles doe, of ik stop er een op straat voor een klein ritje.

Toevallig was ik in de buurt van de vertrekpunt en er was geen enkel onderweg, dus ik liep erheen; er waren een stuk of zes geparkeerd op een rij, dus ik liep door naar de eerste Chopela, en wat bleek, de eerste was de laatste. Ik werd verwezen naar de eerste in de rij (de laatste dus) en mijn werd ook nog duidelijk verteld dat ze werken met een rij.

Kun je voorstellen dat de laatste de eerst is? Hier is het echt het geval: de laatste wordt de eerste. Dus hij rijdt achteruit e dan weer verder, en de anderen gaan allemaal even achteruit.

Ik begrijp het nog niet. Voor mij totaal niet logisch.

Mesmo depois de quase dois anos aqui na Beira ainda descobri algo novo. Fiquei totalmente perplexa.
Eu costumo utilizar o tuc-tuc como meio de transporte; eles chaman aqui de Chopela. Fui ao centro fazer umas comprinhas e fui pegar uma chopela em um dos pontos. Normalmente eu utilizo uma para fazer tudo, ida-e-volta, mas neste dia fui pegar onde eles fazem ponto. Me dirigi a primeira na fila e o motorista ja veio e me disse: Pega lá a primeira da fila sra, me indicando para ir até a última da fila. E ainda me disse bem claramente que eles trabalham com fila.
Imagine, o ultimo é o primeiro da fila? Aqui parece ser o caso, os últimos serão os primeiros.  Este tuc-tuc, vai de ré e sai, em seguida todos os outros dão ré e se reposicionam.
Eu não entendi a lógica até agora.

Dona Julieta Chinchava

                                               


Tijdens ons verblijf in Maputo na de #cyclone #Idai, raakt ik in gesprek met Dona Julieta. Ze zit in een rolstoel als gevolg van poliomyelitis in haar kindertijd. De benen zijn ernstig misvormd. Ze is een artist die ledertassen maakt (handwerk) en ze heeft een “barraquinha” in het Parque dos Continuadores waar ze haar werk probeert te verkopen. In het Parque kun je lokale producten en souveniers, houtsnijwerk kopen, ook van het lokaal eten genieten zittende onder een bom o.a.

Na de lunch liep ik langs haar “barraquinha” en zag ik ze zitten op de grond te werken aan een tas. Ze was open en aardig en we gingen aan de praat. In een half uur gesprek kwam ik achter dat ze sinds 1991 dit werk doet, dat ze van een expert uit England het vak leerde. Ze vertelde ook over haar eerste klant nadat ze begonnen was met de verkoop in het Parque dos Continuadores. De eerste klant een Nederlandse vrouw genaamd Maria. Maria was een toerist op dat moment, ze wou graag een tas kopen maar had alleen iets van 2/3 van de prijs te besteden.  Dona Julieta dacht: mijn eerste klant hier, laat ik niet spelen met mijn geluk. Ze verkocht de tas voor veel minder geld dan het waard was maar ze was blij en dankbaar voor haar de verkoop. Dit was jaar 2010. Maria bleef in haar leven; later kwam Maria terug, en bestelde bij Dona Julieta een aantal lederriemen om te verkopen in haar winkel. Maria woonde toen ergens in Moçambique. En nu kwam het verhaal naar boven door het gesprek met mij. Toen ze hoorde dat ik uit Nederland kwam dacht ze weer aan Maria.

Op dat moment vertelde ik Dona Julieta dat ik een blog schrijf en vroeg of ik haar verhaal mocht vertellen, waarbij ze akkoord mee ging.

Dona Julieta is van Gaza, een gebied wat vaak onder het water ligt. Ze leefde daar tot jaar 1981, toen vertrok ze naar Maputo. Het leven daar is hard en nog moeilijker als je in een rolstoel zit, lang rijden voor een “chapa” op slechte onverharde weg. Op haar 27 jaar pas kreeg ze haar eerste kind, beste wel laat voor Mozambikaanse begrip. Ze zei: ik weet niet of de vader goed voor de kinderen kan zorgen en ik heb mijn beperkingen om on brood op de plank te krijgen.

De mooie lach of haar gezicht toen ik langs liep en goedemiddag tegen haar zei deed me even stoppen voor een gesprek.

Tussen 1981 en 1990 heeft ze gewerkt in de receptie van het ziekenhuis in Maputo.
Ze had het geluk om een Zweedse vrouw te leren kennen die haar ook persoonlijk heeft geholpen met een huisje in Maputo.

Maria, kwam later nog een keer bij haar langs. Ze vertelde met een glimlach dat ze Maria nooit zal vergeten; als haar eerste klant en ook omdat ze zelf een zus heeft die Maria heet. Wie weet leest Maria ooit mij verhaal over Dona Julieta uit Gaza/Maputo.

Het vooroordeel is groot in Moçambique tegen rolstoelrijders. Vanuit het volk zelf en van uit instanties ook. De staat zegt dat er hulp komt maar in werkelijkheid komt de hulp niet tot haar. Ze heeft een super oude rolstoel. Bijvoorbeeld ze komen haar interviewen, maken foto’s en beloven dat er hulp komt voor haar en de andere die en rolstoel of andere hulp nodig hebben, maar later blijkt dat er niets is. Het verdwijnt ergens onderweg.

Geld verdienen valt momenteel erg tegen met het verkopen van de tassen, vertelde ze. Ze staat daar 6 dagen per week. Haar leven is best hard en dat geloof ik ook. Ik vind dat ze een sterke vrouw is en een vechter. Ze heeft wel een zachtaardig karakter en veel humor.

Durante minha estadia em Maputo na semana seguinte ao #Cyclone #Idai, encontrei com uma Sra. Artesã no Parque dos Continuadores. Ela faz parte do grupo que vendem arte e lembrancinhas. Dona Julieta é cadeirante en decorrência de  poliomyelitis na infância. As pernas são totalmente deformadas. Ela trabalha com couro fazendo bolsas.

Depois do almoço em restaurante com refei,ções locais, passei pela barrquinha de Dona Julieta, ela estava embaixo de uma árvore trabalhando em uma bolsa. Ela é muito simpática e extrovertida. Caimos em uma boa conversa. Dentro de 30 minutos descobri que ela faz este trabalho desde 1991. Ela aprendeu com uma artesã Inglesa que esteve de passagem em Maputo.  Dona Julieta relatou-me sua história.
Sua primeira cliente, quando iniciou seu trabalho de vendas no Parque dos Continuadores foi uma Hollandesa chamada Maria. Maria estava viajando por Moçambique e quiz comprar uma bolsa mas não tinha todo o valor disponível e ofereceu pagar algo como 2/3 do valor. Dona Julieta pensou com seus botões que mais valeria vender uma do que não vender; ela também não quiz jogar com a sorte. Vendeu por bem menos que o valor real e ganhou a amizade de Maria. O ocorrido foi no ano de 2010. Maria voltou a Maputo depois e fez uma série de encomendas com dona Julieta, principalmente cintos de couro para vender em sua loja. Maria vivia naquele momento em Moçambique. Esta história do início de sua carreira veio à tona quando dona Julieta soube que eu vinha da Hollanda. Neste momento eu lhe perguntei se poderia contar sua história em meu blog, onde ela rapidamente concordou.
Dona Julieta é de Gaza, uma região onde alagamento é uma constante. Ela viveu lá até o ano de 1981, quando emigrou para Maputo. A vida em Gaza é dura, principalmente se voce vive em uma cadeira, longo caminho a percorrer, estradas de terra, até poder pegar uma *chapa, o único transporte existente.

Com vinte e sete anos de idade ela teve seu primeiro filho, bem tarde considerando que aqui as mulheres são mães muito jovens. Dona Julieta diz que pensou muito, pois se preocupava se o pai iria cuidar, já que sua situação pessoal nãe é das mais favoráveis.
Um sorriso lindo estampado no rosto foi o que chamou a atenção quando passei por sua barraquinha e a comprimentei, por isso parei e conversamos.

Entre  1981 e 1990 ela trabalhou na recepção do Hospital em Maputo. Ela teve o prazer de conhecer uma sra. Sueca, cuja pessoa a ajudou muito, inclusive com uma casinha em Maputo.
Maria, voltou a visitá-la outras vezes, mas isso foi há alguns anos atras. Ela relatou com um sorriso tímido que jamais esquecerá de Maria, visto que foi sua primeira cliente ali no parque e também por ter uma irmã com o mesmo nome.  Imagine, se Maria vier a ler este blog sobre a história de dona Julieta  de Gaza/Maputo.

Dona Julieta também me falou um pouco das dificuldades que os cadeirantews enfrentam. São discriminados, e a discriminação é bem grande.

Mesmo instituiçõs que dizerm que irão auxiliar os cadeirantes acabam por não cumprirem com as promessa. Ela mesma já foi entrevistada várias vezes mas morre ai o assunto. O auxílio na prática, em forma de cadeiras por exemplo, acaba não chegando até eles.

Ganhar a vida no momento está bem difícil. A venda é baixa e o lucro menor ainda. Dona Julieta está alí seis dias da semana, produzindo enquanto espera por clientes. Sua vida é uma batalha diária, mas ela segue com um sorriso no rosto.
Dona Julieta é uma batalhadora. Ela é uma mulher forte, com um caracter doce e uma boa dose de humor.

*chapa = perua/lotação d 1 Acce

Een dag oud en nog geen naam

Een paar weken geleden, rond lunchtijd werd ik aangesprokken gelijk na het uitstappen van de auto. Dat gebeurt hier wel vaker, maar wel op een onduidelijk manier, als of ze de weg vragen, maar ze willen iets van je.
Fátima spraak mijn en mijn vriendin aan. Eerste dacht ik dat ze Irene kende, en Irene vroeg zich ook af of Ik Fátima kende. Fátima droeg een baby gewikkelde in een doek en een tas bij zich. Fátima heeft een uitstraling en een mooie lach, maar ze leek me ook een beetje verward.  Ik vroeg of ik de baby mocht zien en het bleek dat hij was net geboren, een flinke jonge 3.400 kg.

Ze was net ontslagen uit het ziekenhuis waar ze de dag ervoor bevallen was van het jongentje. Ik ben totaal gechoqueerd dat de moeder na 24 uur al naar huis gaat. Ik denk dan, kan dat wel? Is het wel verantwoord. Laat dit geen naweeën? Waarom wordt het gedaan?

Later spraak ik mensen van MSF hierover en het blijkt dat het de regel hier is; 24hs en ze worden ontslagen. De middelen zijn schaars en het personeel ook. Ze kunnen geen beter zorg leveren.
Zijn de vrouwen hier echt zo sterk of worden ze zo behandelt dat ze er sterker van worden?

Ik stelde haar een paar vragen, of de baby een vader heeft? Of alles goed is met de baby en etc. En ik kwam achter dat de vader een voet verloor als gevolg van een ongelukje tijdens de #cicloon #Idai. Haar huis heeft geen dak en dat andere deel heb ik niet echt goed begrepen. Fátima vertelde dat ze naar huis liep, dus ik keek de baby aan en dat deed mij hart smelten; ik gaf haar geld voor de bus. Dat was het minste wat ik kon doen.

Als ze mijn aanwijzingen heeft kunnen onthouden dan zal ze naar ons huis komen om wat kleding voor de baby op te halen. Maar ik vraag me af os ze het no zal weten.

Rescém-nascido de um dia e ainda sem nome

Algumas semanas atrás saí para almoçar com Irene, uma amiga, e fomos abordadas ao sair do carro por uma mulher com um bebê no braço. A princípio achei que Irene a conhecesse; por outro lado Irene achou que eu a conhecesse quando lhe pedi para ver o bebê. O bebê era recém-nascido, chocada perguntei qual a idade dele, somente para ter certeza. Era um menino de 3.400 kg. O garoto havia nascido às 14 hs do dia anterior, neste momento eram 12:30hs.  Fátima tinha um sorriso aberto no rosto e uma voz doce, mas estava atordoada, obviamente, tinha praticamente acabado de parir.

Ela disse, estou caminhando para casa. Eu e Irene nos olhamos e decidimos dar-lhe dinheiro pelo menos para o transporte. Isso me tocou tanto, nem sei explicar bem o por que. Naquela conversa ligeira ali na calçada, descobrimos que o marido estava hospitalizado também, pois havia se machucado durante o #ciclone #Idai, e no final acabou perdendo o pé, que havia sido amputada há alguns dias.

Eu decidi doar-lhe algumas roupas para o bebê, expliquei onde vivo, mas acho que seria um milagre ela depois se lembrar de algo que eu lhe tenha dito ali, naquele momento. Comprei algumas coisas roupas e fraldas para o menino mas ela ainda não apareceu.

Dias depois conversei com alguém que trabalha no Hospital Municipal, funcionária da MSF e descobrir que é rotina, depois de 24 hs do parto são liberadas, estando sozinhas ou acompanhadas. Fátima mora perto mas imagine as mulheres que vem do campo, fora da cidade?
E eu me pergunto: as mulheres aqui são fortes assim ou são tratadas assim para que se tornem fortes?

Os hospitais não possuem meios nem pessoal para atender melhor a população.  

Beachvolley

Sinds we in Beira zitten, spelen we Beachvolley in het weekeind. We zijn met een aantal expats en wat Mozambikanen.  In het begin ging het bijna niet; mijn lichaam was stijf en ik moest nog in komen na zoveel jaren niet te hebben gespeld.
Als ik nu, een week niet speel vraagt mij lichaam om beweging.
Volley op zondag is een traditie geworden, voor mij en Peter althans.
De spellers komen en gaan, net zoals de expats. En we zijn natuurlijk amateurs. We hebben ook een kleine aantal Mozambikanen die mee doen, maar dat is ook afwisselend. In het algemeen spelen we ieder weekeind. Het is wel zo dat als een van ons, ik en Peter, Célio en Kuber er niet zijn vaak wordt dat een probleem. Kuber is kortgeleden terug naar Indië en nu moeten we met z’n drie het trekken.

Het spel gaat soms moeizaam, ook omdat de spelers niet constant zijn. En niet iedereen die mee doet dezelfde niveau en/of ervaring hebben.  Soms ontstaat er snel teamspirit en soms minder goed. We hebben tijd nodig om je aan te passen aan de groep. Vaak is er wel een bepaalde dynamiek waardoor de samenwerking beter gaat. Nieuwe bloed en inzet doet het goed voor het spel, en daar geniet ik ervan.
Ik ben best fanatiek; niet dat ik wil altijd winnen, maar ik wil wel dat iedereen zijn best doet en voor elke bal gaat. Als er een speel is waar iedereen zijn best doet en er een chemie ontstaat tussen de spelers, ohh dan is er adrenaline en dat geef je vleugels; daar geniet ik enorm van.

Laatste week, voordat we vertrokken richting Nederland, had we geen expats, behalve Peter en Ik, voor de game. Célio nodigde zijn vrienden en neefjes uit, Pedro en Raul, en nog anderen waarvan ik de namen niet meer weet, maar ze wel van gezicht ken. Jong gasten tussen 18 en 30, vol energie en zeer sportief, in de kracht van hun leven. We hadden zo een waanzinnig spel. Ze haalde onmogelijke balen weer binnen, en wat een Pouwer, rust en coördinatie.
Prachtig game. Ik kan niet wachten om er weer met hun te mogen spelen.
Dit was even op een ander niveau spelen.  Je wordt dus gedwongen om nog beter te presteren.

Vilanculos

Neste final de semana prolongado, fomos à Vilanculos para espairecer um pouco. Este paraíso situado ao sul de Moçambique nos encantou desde nossa primeira visita em 2017. Fomos mais uma vez à ilha de Maraguque, uma das pertencentes ao Arquipélago de Bazarute.

              Vilanculos é um pouco turístico, mas não em excesso, localizada bem mais alto que o nível mar em uma baia. De vários pontos da cidade a vista não modifica muito, somente os ângulos em que se veem as ilhas e aquela vista maravilhosa que aquele mar límpido e cristalino nos oferece; desde os mais distintos tons de verde e azul coral, incluindo sua mescla com os bancos de areia, é simplesmente indescritível. 

              Não queríamos estar somente ali jogados na piscina ou na espreguiçadeira, por isso resolvemos fazer um passeio em um Dow, aquele barco que contém somente uma vela grande, onde também pode se usar o motor.

              A grande surpresa foi quando descobrimos que seríamos os únicos passageiros. Muito embora seja baixa estação, não imaginei isso. Logo na travessia às 830hs já me decepcionei um pouco. Havia uma grande e escura nuvem sobre a nossa ilha, e agora? Brinquei com o guia: “peraí, você não combinou com São Pedro que viríamos hoje?” Ele respondeu: “combinei sim, mas ele me traiu”, disse isso assim virando a cabeça daquela maneira típica quando queremos dizer: “me decepcionei”.  A travessia demora uma hora, neste momento pensamos e agradecemos por estarmos só nós dois com aqueles tres rapazes. Eles conversavam entre si em lingua local; era até um prazer ouví-los.

               Chegando lá nada havia mudado muito. Meio que desolada, disse a Peter: “vamos caminhar um pouco e voltamos para o almoço”, este que já estava sendo preparado por nosso caro cozinheiro Alexandre, ali mesmo no barco. Alex, é um jovem tipico daquela região, nunca nem mesmo saiu de Vilanculos.  Garoto alto, elegante, com traços excepcionalmente marcantes na face, o que lhe dá uma beleza extraordinária, principalmente quando sorri, mas é tímido. Acredito que ele, em nenhum momento, durante todo o dia, me dirigiu a palavra sem que eu lhe perguntasse algo.

              Fizemos nossa caminhada, o tempo abriu, tomei banho de mar e nos deitamos na areia branca e fina naquela praia deserta. Éramos nós dois, e os carangueijos naquela praia. Que paraíso. Após o almoço teríamos um tempo para a digestão e depois faríamos snorkeling.

              É hora sair da praia e passar pelos recifes. A maré estava já bem baixa expondo os recifes, o que dificultava a manobra, mas o capitão Gito tirou de letra. Gito é outro tipico moçambicano tímido, ele também não falava muito e isto levando em conta que falamos português. Imagine como são com os estrangeiros, mas nós puchávamos conversa, fazíamos perguntas e tirávamos algumas palavras.

              No caminho de volta, o guia Nelson, nos informou que iriam tirar a lona que nos dava uma sombra, pois iríamos voltar usando a vela. Interessante como eles amarram a vela e o mais interessante é como eles a abram no momento de uso. Eu me acho uma pessoa até que inteligente, além de ser prática, mas naquele momento, confesso que me perguntava: “como ele vai abrir esta vela toda amarrada”.

               Eles pucharam uma das pontas e amarram de forma que o tronco ficou de pé, ele deu um arranco na corda de supetão e a vela se soltou toda se abrindo lentamente, mas firme através do vento.  Já velejei em caravelas, mas esta foi a primeira vez em um Dow, barco pequeno e com uma só vela. Foi fantático! Eu amei. Tive uma sensação de liberdade naquele momento, foi mágico.

              Nelson, nosso guia, é o mais extrovertido dos três. Ele também fala um pouco de inglês, mas ficou bem feliz quando soube que falávamos português. Explicou que para ele é mais fácil oferecer informações em detalhes em sua própria língua; visto que em inglês seu vocabulário ainda é limitado.

              Logo após o almoço, estávamos descansando sob uma barraca de sapé, na praia, ele também havia se enconstado em um dos troncos da barraca, e começou a conversar comigo. Fálamos sobre os idiomas locais, sobre o idioma mãe e outros falados ali nas regiões mais próximas.

              Esclareceu-me que ele fala Xitwa, mas que já não compreende bem os avós que também falam Xitwa. Isso ocorre nas ultimas gerações, pois o idioma se mescla com o português. No Xitwa antigo falam-se os números também em Xitwa, por exemplo.

              Hoje o povo fala xitwa mais agregam certas palavras do português, como por exemplo: você vai perguntar o preço do tomate na barraca; Imalimuni tomate? O preço, o vendedor também vai te responder em português. Segundo Custódio pra se falar Inglês teria que ter aula particular, senão não se aprende. No ensino normal o nível é muito fraco.

              Depois do Içar da vela, perguntei a eles se eles se dão conta de que vivem no paraíso. A Resposta veio de Nelson. ‘Não, na verdade não. A gente vê tudo isso como normal. A vida aqui é simples. A gente nem pensa, nunca voamos. A gente nem vai assim à praia. Se eu quero, caminho cinco minutos e estou na praia, mas nós não fazemos isso. Eu, porque trabalho e quem não é pescador ou trabalha com turismo nunca foi a uma das ilhas.” Então, Peter perguntou: “vocês já foram a Maputo?”Dois deles foram a Maputo, provavelmente para um treino no turismo, imagino eu”. Nelson  relata que ele gosta desta vida simples e tranquila. Não precisa mais nada.

              Ele também nos informou que na ilha de Maraguque vivem um pouco mais de cento e cinquenta pessoas. Na ilha há uma escola primária, oferecendo educação até a quinta série. Todos os moradores de Magaruque vivem da pesca. Pescam e vão vender em Vilanculos. Alex foi pescador com seu pai desde seus oito anos, agora já há algum tempo não pesca mais como profissão, mas ainda vai pescar às vezes por prazer.

            Em Maraguque, eles também falam xitwa, já em Bazaruto e Santa Carolina falam Maronga, sendo português a língua oficial em todo o Moçambique.

We hebben een lang weekeind genomen en zijn gegaan naar Vilanculos om even bij te tanken, zeker na de drukke periode na de #Cycloon Idai. Vilanculos is een paradijs en ligt in het Zuid van Mozambique. Dit paradijs . Este paraíso situado ao sul de Moçambique heeft ons hart verovert sinds we er waren voor de eerste keer in 2017.

Vilanculos is een toeristische plek maar het is niet overvol. In dit tijd van het jaar is het leeg. Vilanculos ligt hoog en in een baai. Vanuit verschillende punten van de stad kun je de zee zien en de eilanden in de verte.  De schakelingen in kleuren ontstaat in verschillende toons blauw en groen, ook door de zandbanken, wat onbeschrijfelijk mooi is.

We wilden niet alleen liggen bij het zwembad, dus besloten um een trip te maken naar het eiland Maraguque, een van de eilanden van de Bazaruto Archipel.

              Wat onverwacht was is dat we de enige in de boot waren. We starten onze trip om 8:30 en zouden terugkomen rond 16 uur. Kort na vertrek was ik een beetje bezorgd, want er hing een donkere wolk precies bovenop het eiland, en nu? Dacht ik. Ik zei tegen de gids: Heb jij niet afgesproken met Sint Pedro? Waarop hij antwoorde: ja, ik heb het wel gedaan maar hij heeft me verraden, en dat met een typisch gebaar met draaiende hoofd.
            De trip duurde een uur en we dachten en waren dankbaar dat we de enige passagiers waren. De bemanning bestond uit drie jong mannen. Ze waren aan het praten in hun moedertaal, en voor ons was het een enorm plezier naar hun luisteren op de achter grond kijkend naar de horizon.

            Bij aankomst was nog niet veel beter, het weer bedoel ik. We ging een wandeling maken naar de andere kant van het eiland, onderweg hebben we bewolking en ook regen gehad. Eenmaal aan de andere kant, hadden we weer zon. We hebben genoten van de zee en hebben liggen zonen. Het werd tijd om terug te gaan voor de lunch, waarna het snorkelen zal gebeuren net voordat we terug zouden gaan varen. Alex was onze kok en hij was al klaar met onze lunch die in het boot werd voorbereid. Alex é um garoto típico da região, Nunca saiu de Vilanculos, nem mesmo a Maputo nunca foi. Garoto alto, elegante, com traços excepcionalmente marcantes na face, o que lhe dá uma beleza extraordinária, principalmente quando sorri, mas é tímido. Acredito que ele, em nenhum momento, durante todo o dia, me dirigiu a palavra sem que eu lhe perguntasse algo.

            Na de lunch, gingen Alex en Nelson even rusten onder het afdakje waar we zaten en ging we aan de praat. Over het leven op het eiland en in Vilanculos.  We hebben over de lokale talen, over de talen de gesprokken worden in de omgeving. Ele fala “Xitwa, maar hij begrijpt al niet alles wat zijn opa en oma spreken, want de taal verandert langzaam, krijgt ook woorden in het portugues ertussen. Bijvoorbeeld, nu spreken ze de nummers niet in Xitwa maar in het portugues. Zijn voorouders spreken alles in Xitwa. Vandaag de dag men mengt woorden in het portugees in het lokale taal.  Volgens Nelson, om Engels good te kunnen praten moet je private cursus volgen. In het normale onderwijs is het niveau te laag.

            Het werd tijd om aan bord te gaan en gaan snorkelen. De Riffen kwam te voorschijnen, maar Gido onze kapitein deed het prima. Open zee, tijd voor Peter om eruit te springen.  Gito is ook een Typische Mozambikaan die zeer timide is, al is die iets ouder dan Alex en Nelson, spraak hij amper.

            Op de weg terug, zei Nelson dat ze het afdakje gingen los maken want we gingen terug met het zeil. We zaten op een Douw, boot met een zeil. Interessant was hoe het zeil was gebonden en hoe het los maakten. Dat was me een raadsel. Ik vind dat ik best zeer praktisch ben maar ik vroeg me af hoe gaat dat? Een punt van het zeil werd vastgemaakte aan de boot waardoor de mast van het zeil in verticale positie kwam te staan, hij trok snel en krachtig aan het touw en het zeil kwam los in de wind, het was fantastisch, zeker voor mij. Dit was mij eerste keer met een Down varen. Het gaf een gevoel van vrijheid en fantasie, magisch.

            Nelson, onze gids, is de meest extrovert van de drie.Ele também fala um pouco de ingles, mas logo disse, surpreso, quando Peter falou português, que estava feliz, pois seria para ele super fácil se comunicar conosco. Que poderiamos perguntar o que quizessemos que ele teria como explicar en detalhes tudo, muito melhor do que poderia fazê-lo em Inglês.

              Vanaf het moment dat we gingen zeilen, werd de terugweg anders, echt. Ik was aan het kijken en genieten, en ik vroeg of ze beseffen dat ze in een paradijs wonen. Het antwoord luidde: Nee, eigenlijk niet. We zien dat als de normaalste dingen. Onze leven is zo. Ik sta op en ga varen naar eilanden met toeristen. Nelson is zo extravert dat hij vanzelf dingen vertelt. Dus hij ging verder. WE leven onze hele leven hier. Het weg gaan naar andere plek met vliegtuig? We denken er niet aan. Ik ben nooit in een vliegtuig geweest. Ik leef vijf minuten lopen, op mijn gemak, naar het strand en ik ga bijna nooit naar het strand. We doen het niet. Mensen in Vilanculos die niet vissers zijn om gidsen gaan nooit naar een van de eilanden. Peter vroeg: “Vocês já foram a Maputo?”- Twee van hen zijn een keer in Maputo geweest, voor een cursus. Ze vinden het vreselijk.  

Nelson vertelde ook over de bewoners van het eiland. In Magaruque leven iets meer dan honderd en vijftig mensen. Er is wel een school van class een tot met de vijfde. Alle bewoners van Magaruque leven van de zee, allemaal vissers. Ze brengen hun product naar Vilanculos voor de verkoop. Alex, de kok, ging ook vissen met zijn vader, vanaf het moment dat hij 8 jaar oud was. Nu gaat hij mee af en toe alleen voor het plezier.

            Nelson bekent: Ik hou van dit simpele, rustige leven. Ik heb verder niets nodig. Dit vond ik mooi.

            In Magaruque en Vilanculos spreekt men Xitwa. In Bazaruto eiland en Sint. Carolina spreekt men Maronga, en in het hele land is de officiële taal Portugees.

Eenvoudig leven

Vida simples

Sengo é lindo demais mas para chegar até lá há que estar disposto e preparado para ser chacoalhado até. O trajeto não é tão longo mas as condições da estrada de terra é extremamente péssima. Sengo fica a 59,8 km ao norte de Beira mas nos custa uma eternidade para chegar ao destino. Não são buracos, são crateras. A estrada já é péssima e dependendo da época do ano, se choveu ou não, fica ainda pior.
Tínhamos no momento uma amiga italiana de visita e decidimos ir passar o dia em Sengo. Já havíamos escutado falar de Sengo e de seu mar límpido mas nenhum de nós havia estado ali até então.

Éramos seis pessoas, dentre os quais 4 estrangeiros e dois moçambicanos. Fomos somente para passar o dia. Levamos o que havia pronto na geladeira e algumas frutas e nos jogamos na aventura.

Foi um dia maravilhoso, água cristalina, mar ótimo pra tomar banho. Fizemos uma longa caminhada, tomamos banho, Célio tentou pescar, mas não teve sorte. A volta não poderia ser muito tarde, pois não conhecemos a estrada.

Em Sengo há também um camping e até um lodge. De resto é uma vila de pescadores, não há nada.
Da próxima irei pra passar uma noite.

A vida em Moçambique acontece ao longo das estradas. Passamos por várias vilas e vilarejos ao longo do caminho. Observando a vida do povo local e discutindo sobre o modo de vida deles.
No caminho de volta, meu esposo questionou se a vida deles nao é demais simples sem recursos ou se passam necessidades. A Resposta do Moçambicano foi: Peter, eles vivem em uma comunidade unida. Se um planta arroz e o outro feijão, eles trocam, e não há falta de nada. Vivem em união entre eles e com a natureza, respeitam o ciclo da vida. Esta é a vida deles, é o que eles conhecem. Outra coisa, eles não precisam comprar óleo por exemplo. Agora o óleo industrializado já chegou até eles, mas eles mesmo produzem o óleo de côco para o consumo próprio.  São na maioria pescadores.

Se você tiver problema com seu carro aqui na estrada, pode confiar, eles irão te ajudar; não se preocupe. São boa gente!

A maioria dos moradores nestas vilas, a beira-mar são pescadores.

Sengo ligt maar 59.8 km naar het noord maar de zee is blauw en helder, het zand is fijn en licht van kleur, iets totaal anders dan in Beira. Dat is wat we gehoord hebben voordat we deze trip naar Sengo ondernamen.
We hadden een vriendin uit Italia op bezoek, en besloten naar Sengo te gaan. Een paar expats en twee Mozambikanen, wij de expats waren er nog niet geweest.
De weg is een ander verhaal, onverharde weg vol gaten, en als het geregend heeft, wordt het nog erger. De weg is zo slecht dat de rit vrij lang duurt dan anders om er te komen.
In Sengo is er ook een camping en een lodge. Verder is alleen een vissersdorpje, não há nada.
De volgende keer ga ik er overnachten.

De zee in Beira-City is donker van kleur door het zand en de rivier. Sengo is paradijselijk, heerlijk strand om te wandelen en slenteren, zwemen en luieren.  Sengo is mooi maar om van deze schoonheid te mogen genieten moet je bereid zijn om er even te lijden; maar het is de moeite waard.

Het was een mooie dag, zeer relax, lang wandeling gemaakt, Célio ging vissen maar zonder geluk. Het was ons eerste keer in Sengo maar we gaan zeker nog eens terug.

Hete leven in Mozambique gebeurt langs de weg. Dorpjes liggen aan de weg.
Al de kleuren en de drukte onderweg en hun manier van leven; en dat gaf stof tot gesprek. Peter vroeg aan ons Mozambikaanse vriend of deze mensen behoeften hebben, iets te kort komen, of hun leven niet te eenvoudig is en vol gebreken; waarop het antwoord was: Ze leven zo in verbondenheid met elkaar en met het land en ze respecteren de levenscyclus. Ze zijn tevreden en ze hebben alles. Ze ruilen hun oogsten met elkaar. Ze helpen elkaar. Ze hebben niet eens olie nodig. Ze maken het van kokos. Maar inmiddels is de industriële olie tot ze gekomen en dan willen ze kopen, maar verder zijn ze zelfvoorzienende.

Als jij hier midden op de weg een probleem hebt met je auto, deze mensen gaan je helpen, zonder twijfel. Mensen met het hart op de goede plek.

Littekens van #Idai

In iets meer dan twee maanden na de #Cyloon #Idai, heeft een groepstheater uit Beira een stuk genaamd “De litekkens van Idai” gelanceerd, hier in #Beira.
Ik vind het waanzinnig.
Ik heb het stuk gezien en het was gewoonweg geweldig!
Hoe ze een aantal feiten van de avond erin verwerkt hebben; hoe ze de nacht naspeelden en de reacties/houdingen van het volk nagedaan hebben. Dit vraagt ook zelfkennis en inzicht in de natuur van je eigen mensen.
De realiteit met openheid en een flinke dosis humor was het eindresultaat.
De zaal raakte vol elke avond. Ze hebben nu al extra voorstellingen gepland.

Ik geloof dat dit ook een goede hulpmiddel is voor hen om het drama te verwerken en een manier om te relativeren.
Ik vind het een goede zet, petje af voor de groep. 

 

Em menos de dois meses após o devastamento causado pelo #Cilcone Idai, o grupo de teatro lançou a peça “As marcas do Idai”. Um espetáculo!

Eu vi a peça e simplesmente amei.
A maneira como relataram e mostraram as reações do povo antes do ocorrido, acreditando que fosse simplesmente uma ventania, a maneira como mencionaram fatos da noite trágica e os resultados no dia seguinte, também o relato da mentalidade moçambicana mas tudo com uma dose de humor contagiante.

Também creio que isto seja uma excellente maneira de auxiliar no processo de digerir uma tragédia assim e também a relativar.
Tiro o meu chapéu!

cine gebouw van vroeger/ prédio do antigo cinema

Terug in tijd…

Hoje, gedurende een Chopela-trip naar Nhangau gisteren, een buiten wijk van Beira, werd ik geattendeerd door de driver over een molen waar ze maïs aan het malen waren. Op dat moment waren we al voorbijgereden, dus ik vroeg hem om te keren zodat ik het even kon bekijken.

Het was een kleine ruimte waarin twee machines stonden. Deze zijn al de moderne versies van de “pilão”. Eentje die de mais afbreekt, waarna het gezeefde wordt; die grote deel wordt weer gemalen en het dunne gedeelte wordt in de andere machine verwerkt waarna alleen meel eruit komt. 

Ik vroeg om foto’s en er werd ingestemd, maar ze waren niet echt spraakzaam; maar dat is echt iets van de Mozambikanen, beetje verlegen en onderdanig misschien tegenover ons, blank.

Eenmaal in de Chopela op de weg terug, vroeg ik aan Cambel hoe het zit met de molen? En het malen handmatig? Hij vertelde dat zijn moeder dat deed, thuis, in de pilão” en dat was harde werk.
Ze had van 4 tot 5 dagen nodig om van het maïsmeel te kunnen maken. Ze stond al rond 4 uur ’s nachts op en begon met malen. Als eerste een keer malen in de “pilão”, en nog een keer, ziften, dan in water leggen, dan in de zon laten drogen, dan pas het laatste proces met *stenen om het meel te verfijnen. Het laten weken en dan laten drogen voor de laatste keer malen is nodig om de meel fijn en wit te krijgen.

En tegenwoordig wordt het niet meer zo vaak gedaan met de pilão. Malen in de molenhuis gaat tegenwoordig snel; malen en malen, en klaar.
Hij zei ook dat zijn generatie dit soort werk niet meer aankunnen. Ze zijn zwakke en lui en kopen het meel in de supermarket.
Hij vertelde dat er in een kleine aantal wijken wordt nog gebruikt gemaakt van het molenhuis, zoals hier in Nhangau, en dat er ook in de Central Markt van Beira wordt gemalen.

Zo merken we dat het leven hier enigszins nog simpeler en hard is, maar ook mooi. Ze planten de maïs, oogsten, verwerken en eten het. 

Onderweg heb ik een pilão gekocht maar alleen voor de sier.

*Hier werd twee stenen gebruikt om het meel te verfijnen.

De volta ao tempo

Durante uma viagem de Chopela a periferia de Beira, Nhangau, o Chopleista disse: estão a moer milho. É um moinho? Volte lá para eu ver. Pedi se podia entrar e fotografar, e o consentimento foi dado. Me mostraram os dois moinhos e me explicaram o processo. O milho é moido em duas fases. A primeira moida, se peneira para separa o fino do grosso. O fino é posto ao sol, e depois moido de novo na segunda máquina.

É um trabalho que já não é muito comum. Cambel, o Chopelista, me contou que sua mãe fazia isso quando ele era criança. Ela se levantava as 4 hs da madrugada para pilar o milho. Ela precisava de quatro a cinco dias para completar o processo do milho à farinha. Moer, fazer o granulado, depois peneirar e por para secar ao sol, depois moer novamente.  E ela não tinha o moinho a eletricidade, era no pilão. A fase final era moida entre duas pedras, para que a farinha fique bem fininha. 

Ele disse que hoje em dia, a geração dele já não é capaz de fazer este processo com o pilão. Eles não tem força para isso. Vão ao mercado comprar a farinha industrializada.

Estes moinhos elétricos existem em alguns poucos bairros na periferia, e também há no Mercado Central da Beira, onde você pode moer seu milho e amendoim, por exemplo.

A vida na periferia, e nos distritos é simples assim. Eles plantam verduras e legumes para consumo próprio. A vida é dura mas também tem o lado bonito.

No caminho de volta comprei um pilão, mas só para enfeite!

Beira, 05 de junho de 2019